Index De dekkingsgraad was in het vierde kwartaal opgelopen naar 106,8%, afgerond 107%. Na verwerking van de meest recente CBS-prognoses (december 2010) over de levensverwachting, stelt ABP de dekkingsgraad eind 2010 vast op 105,4%, afgerond 105%. Bij deze stand hoeft er door ABP niet gekort te worden op de pensioenaanspraken en -uitkeringen. De waarde van de verplichtingen, de pensioenuitkeringen die ABP nu en in de toekomst moet doen, neemt, vergeleken met het derde kwartaal 2010 af. Dit wordt veroorzaakt door de stijging van de rente die ABP moet hanteren voor het berekenen van de verplichtingen. Een positieve ontwikkeling is dat de bezittingen voor het vierde kwartaal op rij toenemen. De teller staat aan het einde van 2010 op 237 miljard euro. Het rendement over het vierde kwartaal bedraagt 2,8% (6,3 miljard euro), over heel 2010 is het behaalde rendement 13,5% (28,0 miljard euro). Levensverwachting gestegen De meest recente CBS-prognose van december 2010 laat zien dat Nederlanders nog langer gaan leven dan eerder werd verwacht. Dat betekent dat deelnemers gedurende een langere periode pensioen krijgen en dat pensioenfondsen dus meer moeten reserveren om pensioenen vandaag en in de toekomst uit te kunnen keren. De verplichtingen van ABP (en pensioenfondsen in het algemeen) nemen dus toe. Zonder genoemde verhoging van de verplichtingen zou de dekkingsgraad zijn uitgekomen op 106,8%. De verwerking van de meest actuele CBS-prognose over de levensverwachting eind 2010 leidde tot een stijging van de verplichtingen met 2,5 miljard euro en een neerwaartse bijstelling van de dekkingsgraad met 1,4%-punt. De dekkingsgraad kwam daardoor eind 2010 uit op (afgerond) 105%. Ook aan het einde van 2009 verwerkte ABP de toen meest actuele prognose levensverwachting van CBS. Dat zorgde toen voor een stijging van de verplichtingen met 11 miljard euro en een neerwaartse bijstelling van de dekkingsgraad met 5,8%-punt. De invloed van de gestegen levensverwachting op de dekkingsgraad in de afgelopen 2 jaar is dus aanzienlijk. ABP heeft eerder al aangekondigd dat de gestegen levensverwachting ook gevolgen zal hebben voor de hoogte van de premie. Deze verhoging, die het ABP-bestuur nog moet vaststellen, zal pas ingaan per 1 april 2011. Geen korting van pensioenaanspraken en uitkeringen In het herstelplan van ABP was voor eind 2010 een dekkingsgraad voorzien van tenminste 96%. Aangezien de werkelijke dekkingsgraad daar duidelijk boven lag is korting van de pensioenen niet aan de orde. Wel besloot ABP in november 2010 dat gezien de dekkingsgraad op dat moment de pensioenen in 2011 niet zullen meestijgen met de lonen bij overheid en onderwijs. Kerncijfers | 31/12/2009 | Q1 2010 | Q2 2010 | Q3 2010 | 31/12/2010 | Dekkingsgraad (voorlopig) | 104 | 103 | 95 | 94 | 105 | Vermogen (€ miljard) | 208 | 218 | 218 | 231 | 237 | Verplichtingen (€ miljard) | 201 | 211 | 229 | 246 | 225 | Nominale marktrente (%) | 3,9 | 3,6 | 3,2 | 2,8 | 3,5 |
Kwalitatief is de financiële positie van het fonds in 2010 meer verbeterd dan in de stijging van de dekkingsgraad met 1%-punt tot uiting komt. Deze stijging is immers gerealiseerd bij een lagere nominale marktrente (effect op de dekkingsgraad: - 6,4%-punt) en na verwerking van de effecten van de langleven risico’s (effect 2010: -1,4%-punt). 
Toelichting De dekkingsgraad (blauwe lijn) vertoont in het vierde kwartaal een stijging. Deze werd veroorzaakt door een positief beleggingsrendement, maar het grootste deel van de stijging is het gevolg van de stijging van de rente. De fondspositie van ABP ligt daarmee weer net boven de grens van het dekkingstekort. De volatiliteit van de rente blijft echter een risico.  Samenstelling en rendement beleggingsportefeuille (%)
| | | Q4 2010 | 2010 | | gewicht in % | Rendement in % in mrd € | Rendement in % in mrd € | Rendement in % in mrd € | | | | | | | | | Vastrentende Waarden | 39,3 | 12,7 | 9,6 | -2,2 | -1,9 | 4,7 | 4,0 | Staatsobligaties | 11,8 | 5,5 | 0,9 | -3,3 | -0,9 | 1,8 | 0,2 | Inflatie gerelateerde obligaties | 7,6 | 11,2 | 1,7 | -2,4 | -0,5 | -0,2 | 0,0 | Bedrijfsobligaties | 19,8 | 16,1 | 7,0 | -1,2 | -0,6 | 8,1 | 3,9 | | | | | | | | | Zakelijke waarden | 55,0 | 24,6 | 22,1 | 9,1 | 10,7 | 17,2 | 19,2 | Aandelen ontwikkelde landen | 25,8 | 30,0 | 12,8 | 9,4 | 5,2 | 14,5 | 8,1 | Aandelen opkomende landen | 7,0 | 74,1 | 4,6 | 9,7 | 1,4 | 26,6 | 3,3 | Vastgoed | 8,3 | 13,2 | 1,7 | 5,5 | 1,0 | 16,8 | 2,8 | Private Equity | 5,5 | 8,2 | 0,7 | 14,5 | 1,6 | 29,4 | 2,9 | Alternative Inflation * | 5,0 | * | * | 9,1 | 1,0 | 10,3 | 1,1 | Opportunity Fund * | 2,8 | * | * | 4,7 | 0,3 | 10,1 | 0,7 | Illiquide Grondstoffen * | 0,4 | * | * | 2,4 | 0,0 | 10,3 | 0,1 | Infrastructuur | 0,3 | -4,8 | -0,1 | 7,4 | 0,0 | 23,5 | 0,1 | | | | | | | | | Overige beleggingen | 6,2 | 10,8 | 1,2 | 4,9 | 0,7 | 13,2 | 1,7 | Hedgefondsen * | 3,9 | * | * | 4,0 | 0,3 | 11,7 | 0,9 | GTAA* | 2,3 | * | * | 6,6 | 0,3 | 16,2 | 0,7 | | | | | | | | | Overlay ** | -0,5 | 0,9 | 1,9 | -1,4 | -3,2 | 1,5 | 3,2 | Overlay - Duration ** | 1,9 | -0,4 | -0,7 | -1,6 | -3,6 | 1,4 | 2,9 | Overlay - Cash en overig ** | -2,4 | 1,3 | 2,6 | 0,2 | 0,4 | 0,1 | 0,3 | | | | | | | | | | 100,0 | 20,2 | 34,8 | 2,8 | 6,3 | 13,5 | 28,0 |
Rendementen zijn na valuta hedge. * Deze categorieën zijn nieuw in 2010, geen vergelijkbare cijfers over 2009 beschikbaar Toelichting Cumulatief rendement ultimo 1992 t/m ultimo 2010 
Het nominale cumulatieve rendement op de portefeuille van ABP is door het goede rendement in 2010 gestegen naar 7,1%. Tegelijkertijd was de loonontwikkeling bescheiden en kwam het cumulatieve reële rendement uit op 4,8%. Dit is ruim 1,5%-punt hoger dan het prudent reële rendement waarmee wordt gerekend bij de vaststelling van de premie. Profiel
Stichting Pensioenfonds ABP (ABP) is het bedrijfstakpensioenfonds voor werkgevers en werknemers van overheids- en onderwijsinstellingen in Nederland. ABP heeft 2,8 miljoen klanten en een belegd vermogen van 237 miljard euro (per 31 december 2010). Daarmee behoort ABP tot de top drie van grootste pensioenfondsen ter wereld. Disclaimer
De cijfers in dit document zijn deels gebaseerd op schattingen en niet gecontroleerd door de accountant en externe actuaris. Voor meer informatie: ABP Communicatie Thijs Steger Telefoon 045 579 2911 Fax 045 579 2194 E-mail communicatie@abp.nl www.abp.nl donderdag 23 december 2010 12:26 Nieuwe kortingen op pensioenen zijn voorlopig van de baan. Dat komt door de sterke stijging van de rente en de opleving op de beurs. Dat zeggen experts en pensioenfondsen donderdag tegen Het Financieele Dagblad. 2010 was een slecht jaar voor de Nederlandse pensioenfondsen. De sterke daling van de rente in de eerste helft van het jaar en de hogere uitgaven door de toegenomen levensverwachting, zetten de sector zwaar onder druk. Vrees Zeven fondsen moeten vanaf januari wél korten op ingegane pensioenen op basis van een tussentoets van de Nederlansche Bank (DNB). Bijna 50.000 deelnemers worden daardoor geconfronteerd met verlagingen van tussen de 2 en 5,9 procent. Er werd gevreesd dat op basis van de DNB-meting volgende week nieuwe kortingen zouden worden aangekondigd. Kortingen schaden volgens pensioenbestuurders het vertrouwen in het stelsel. Ruim 90 procent van de werknemers spaart verplicht voor aanvullend pensioen, en zit op een pot van 800 euro miljard. Zorg en Welzijn Maar met de grootste pensioenfondsen gaat het goed. De dekkingsgraad van ambtenarenfonds ABP zit volgens kenners op 105 procent. Het fonds heeft daardoor voor iedere euro die het aan pensioenen moet uitkeren 1,05 euro in kas heeft. Een dekking van 105 procent is ook het minimum dat fondsen van DNB moeten hebben. Pensioenfonds Zorg en Welzijn, de nummer twee, zit naar eigen zeggen op een dekking van circa 108 procent. Door Arne Hankel Beste Senioren Vraag: Behoort ABP bij de fondsen die volgens minister Donner eerder over moeten gaan tot rechtenkorting? Nee, ABP hoort niet bij de groep pensioenfondsen die volgens minister Donner eerder zouden moeten overgaan tot het verminderen van pensioenrechten dan gepland. ABP heeft vorig jaar een herstelplan ingediend dat is goedgekeurd door De Nederlandsche Bank. In dat herstelplan heeft ABP twee instrumenten benoemd met behulp waarvan de dekkingsgraad in vijf jaar tijd weer op het vereiste niveau van 105% moest komen. Dat zijn tijdelijke premieopslagen en het niet indexeren van pensioenen. Het bestuur heeft gekozen voor deze instrumenten om juist ingrepen als het verminderen van pensioenrechten te voorkomen. Dat is op dat moment dan ook niet opgenomen in het herstelplan van ABP. Het herstel van de financiële positie van ABP ligt op dit moment op schema met het pad zoals dat in het herstelplan geschetst is. Wel heeft het bestuur zich gerealiseerd dat indien het herstel trager zou verlopen dan het herstelplan aangeeft, er aanvullende maatregelen getroffen moeten worden. Als maatregelen kunnen daarbij in aanmerking komen een verdere verhoging van de tijdelijke premieopslag en een korting van de pensioenaanspraken. Het ABP-bestuur doet alles wat in haar vermogen ligt om een korting te voorkomen. Korten op pensioenen komt voor veel fondsen dichterbij door Sameer van Alfen AMSTERDAM - Tientallen pensioenfondsen zullen de komende maanden aankondigen dat zij gaan korten op de pensioenaanspraken. Het herstel van hun dekkingsgraad, die de verhouding tussen bezittingen en verplichtingen weergeeft, blijft flink achter bij de verwachtingen. Hierdoor zijn ze genoodzaakt tot het zogenoemde ’afstempelen’, zo stellen pensioendeskundigen. Volgens experts zit een flink aantal fondsen met de handen in het haar. Ongeveer 350 fondsen dienden vorig jaar een herstelplan in bij De Nederlandsche Bank (DNB). Hierin moesten ze vermelden hoe zij hun dekkingsgraad binnen vijf jaar weer op het vereiste niveau van 105% zouden krijgen. De mogelijkheid tot afstempelen staat vaak expliciet beschreven, mocht het herstel uitblijven. „Eind vorig jaar liepen de meeste fondsen nog voor op het herstelplan”, zegt pensioenactuaris Richard Meijer (Towers Watson). „Maar vooral de lage lange rente heeft ervoor gezorgd dat veel fondsen opnieuw in zwaar weer verkeren. Verschillende pensioenbesturen weten nu al dat het geplande herstel onmogelijk haalbaar is.” Meijer verwacht dat deze fondsen in de komende maanden aankondigen dat ze gaan korten op de pensioenen. „De regels van DNB schrijven weliswaar voor dat er pas gekort mag worden vanaf 1 april 2012. Maar deze actie moet minimaal één jaar van tevoren aan de deelnemers worden gecommuniceerd. Een simpele rekensom leert dat fondsen hier dus niet al te lang mee kunnen wachten.” Afstempelen Theo Gommer (Akkermans&Partners) schat dat zo’n 10% van de pensioenfondsen die een herstelplan hebben ingediend, zullen kiezen voor afstempelen. „Dan kom je al snel op 35 fondsen. Voor hen zijn alternatieven als het afzien van indexatie, een premieverhoging of het bijstorten van de werkgever geen optie meer. Het korten doet direct pijn voor een gepensioneerde die niet €10.000 maar €9000 krijgt. Maar ook werkenden worden geraakt.” Tot nu toe blijft het gissen naar de fondsen die in de gevarenzone zitten. Wel zegt een ingewijde dat fondsen die een dekkingstekort hebben van onder de 90% „een serieus probleem hebben”. Printerfabrikant Océ deed onlangs een eenmalige storting in de pensioenpot om afstempelen te voorkomen. Sweder van Wijnbergen (UvA) verwacht dat de lange rente in 2 tot 3 jaar weer terug is op normaal niveau: 2 procent boven de inflatie; 5%. De dekkingsgraad van de pensioenfondsen stijgt dan met 30 punten. "De pensioenfondsen moeten nu echter afstempelen van DNB en dat is echt een paniekreactie."
home
 Structureel te weinig vermogen Veel Nederlandse pensioenfondsen staan flink in het rood. Hun toekomstige verplichtingen liggen veel hoger dan het huidige bezit. Accountants omschrijven dit als een structureel tekort op het eigen vermogen. De toekomstige verplichtingen, de pensioenen, worden volgens het systeem van netto contante waarde bepaald op een bedrag dat de fondsen nu in kas moeten hebben. Daarbij wordt gerekend met een lange termijn swap-rente. Deze rente is de laatste tijd hard gedaald, naar nu onder de 3 procent en des te lager de rekenrente, des te meer geld moeten de fondsen nu in kas hebben. Want het bedrag dat nu in kas is, rendeert tegen lagere rendementen.
Hoe lager de rente, hoe hoger de waarde van de verplichtingen. Hogere verplichtingen drukken de dekkingsgraad.
Vaste rekenrente Pensioenfondsen mochten tot 2007 rekenen met de vaste rekenrente van 4%, sindsdien moeten ze rekenen met de variabele swap-rente die nu met 2,8% veel lager ligt. Veel pensioenfondsen komen daarom nu op onderdekking uit. De meeste fondsen zitten met een dekkingsgraad van rond of onder de 90%, ver onder de minimaal vereiste 105%. Dit terwijl de fondsen bulken van het geld. Het ABP bezit momenteel bijvoorbeeld 219 miljard euro. De fondsen zijn rijk geworden door de portefeuille aan obligaties die door lage rente gigantisch in waarde zijn gestegen.
Herstelplan De (bedrijfstak)pensioenfondsen hebben in 2008, tijdens de kredietcrisis, allemaal een herstelplan moeten schrijven van en voor De Nederlandse Bank. In 5 jaar moet de dekkingsgraad boven de 105 uitkomen. Maatregelen die jarenlang genomen worden: premie verhogen, geen indexatie voor prijs- en loonstijgingen en versobering van de pensioenen.
Achter blijven Veel fondsen liggen nu echter fors achter op het herstelplan richting de 105. Als ze eind 2011 nog achter liggen, de dekking is veel te laag, dan moeten ze grijpen naar het hardste middel dat er is: afstempelen van de pensioenen. Vanaf april 2011 krijgen gepensioneerden dan meteen minder geld in hun handje, dat terwijl ze nu ook al een aantal jaar geen compensatie meer hebben gekregen voor de inflatie. Een schrijnende situatie. De besturen van de bedrijfstakpensioenfondsen (gevormd door de werkgevers en werknemers) proberen dat te allen tijden te voorkomen, ze hopen ook op clementie van DNB wegens de huidige, tijdelijke, bizarre tijden. De besturen zien overigens nog wel mogelijkheden voor premieverhogingen en de versobering van de (toekomstige) pensioenen.
Paniekreactie Prof. Van Wijnbergen vindt deze redenatie en aanpak van DNB onterecht: "ze rekenen alsof de rente voor altijd zo laag blijft. Pensioenfondsen kijken 15 tot 16 jaar vooruit." "De rente zal in 2 tot 3 jaar weer op een normaal niveau komen, dat zie je nu al aan de koersen van derivatives / opties." "De rente zal stijgen tot 5%, wat de dekkingsgraden van de pensioenfondsen meteen weer 30 punten hoger zet." "Als pensioenfondsen nu moeten afstempelen, dan komt dat doordat DNB onterecht een paniekreactie van de pensioenfondsen afdwingt."
homeOnrust bij FNV over pensioen Het eerder dit jaar gesloten pensioenakkoord leidt tot interne spanningen bij FNV Bondgenoten. De spanningen kunnen gevolgen hebben voor de positie van het huidige bestuur, zo zeggen leden van de bondsraad, het vakbondsparlement. Ariane Kleijwegt, Amsterdam Begin juli wees de bondsraad het principeakkoord over AOW en pensioen in meerderheid af. Maar het hoofdbestuur van de grootste vakbond van Nederland besloot dat meerderheidsbesluit naast zich neer te leggen. Het bestuur, onder leiding van voorzitter Henk van der Kolk, stemde toch in met het bereikte akkoord tussen werkgevers en werknemers over hervormingen van het pensioenstelsel. Bestuurscrisis Abvakabo
Hoewel de bondsraad vorige maand besloot om het meningsverschil niet direct tot een crisis te laten leiden is wel afgesproken dat de gang van zaken eind september wordt geëvalueerd. Volgens de statuten is de bondsraad het hoogste orgaan binnen de vakbondsdemocratie. Het is dan ook uitzonderlijk dat het bestuur een meerderheidsbesluit negeert. Bij de op één na grootste bond van Nederland, ambtenarenbond Abvakabo, leidde een soortgelijke houding van het hoofdbestuur tot een bestuurscrisis waarna afgelopen voorjaar de helft van het bestuur het veld moest ruimen. Motie van wantrouwen
De evaluatie kan er volgens kaderlid Herman de Haas toe leiden dat er een motie van wantrouwen tegen het bestuur wordt ingediend. Het is vervolgens de vraag of die motie de steun van een meerderheid van de 86 kaderleden in de bondsraad zal krijgen. Volgens bondsraadlid Peter den Haan zal het erom spannen. Als vertegenwoordiger van werknemers bij het spoor kreeg hij eerder al het mandaat mee om een motie van wantrouwen te steunen. De Haas heeft een klacht ingediend bij de interne beroepsinstantie. Hij vindt dat het hoofdbestuur zijn hand overspeelt door het besluit van de bondsraad niet uit te voeren. 'Ik vraag me af of de belangen van de 450.000 leden wel goed zijn behartigd. Het bestuur beroept zich op de uitslag van het raadgevend referendum maar 86% van de leden heeft niet gestemd.' Liever actie dan onderhandelen
Bij Abvakabo besloot het hoofdbestuur dit en vorig jaar tot twee keer toe een motie niet uit te voeren. Volgens het nieuw verkozen bestuurslid Lot van Baaren was het feit dat er onvoldoende geluisterd werd naar de bondsraad een directe aanleiding voor de crisis bij die bond. 'Als er te veel van zulke meningsverschillen zijn loop je een risico als bestuur', zegt Van Baaren. De spanningen binnen FNV Bondgenoten kunnen ook nog gevolgen hebben voor het congres over een betere inrichting van de verenigingsdemocratie begin volgend jaar. Dan spreekt de bond met zijn leden over de vraag of leden meer invloed moeten krijgen. Maar er is ook een stroming die pleit voor een slagvaardiger bond met meer zeggenschap voor de beroepsbestuurders. Nu voelen centrale bestuurders bij FNV zich vaak gegijzeld door een radicaliserende achterban. Het zijn de leden die, sinds er sprake is van ophoging van de pensioenleeftijd, liever inzetten op actievoeren dan onderhandelen. Gevolgen pensioenakkoord
Volgens insiders zou het conflict over de te voeren strategie de reden zijn geweest dat cao-coördinator Wilna Wind begin dit jaar haar functie bij de overkoepelende vakcentrale neerlegde. Of een eventuele bestuurscrisis bij FNV Bondgenoten met terugwerkende kracht gevolgen kan hebben voor het pensioenakkoord is nog niet duidelijk. Van het hoofdbestuur was gisteren niemand bereikbaar voor een reactie. De bondsraad heeft het pensioenakkoord met 32 tegen 22 stemmen verworpen Uit de Nationaal Pensioen weblog.woensdag 06 januari, 2010 door Jan van Harten De afgelopen periode heb ik meerdere keren aandacht besteed aan de eindloonregeling. Een aantal reacties heeft mij bevestigd dat er nog steeds een groot aantal misverstanden bestaan over de eindloon. In dit artikel een overzicht van de 5 grootste misverstanden. Eindloon Eerst een korte toelichting op eindloon. Een eindloonpensioen is een pensioen dat is gebaseerd op het laatst verdiende salaris. Ieder jaar bouw je pensioen op over dat jaar. Deze pensioenopbouw is gebaseerd op je salaris. Hoe hoger je salaris, hoe hoger je opbouw. Als je nu na afloop van een jaar een salarisverhoging krijgt, dan wordt niet alleen je toekomstig pensioenopbouw verhoogd, maar ook de reeds opgebouwde pensioenen worden aangepast aan het actuele salaris. Op die manier is op de pensioendatum je totale pensioen een afspiegeling van het laatst verdiende salaris. De verhoging van het reeds opgebouwde pensioen wordt backservice genoemd. Je zult begrijpen dat kort voor de pensioendatum je reeds opgebouwde pensioen aanpassen aan het laatst verdiende salaris best duur is. Je hebt veel pensioen al opgebouwd en dat moet worden verhoogd. Dat is ook nog relatief duur, want je zit kort voor de pensioendatum. Geld kan kort renderen. Misverstand 1; eindloon lijkt leuk, maar is vaak niet echt gebaseerd op het laatst verdiende salaris. Dit is een achterhaald punt. In het verleden werd om reden van dure backservice kort voor de pensioendatum vaak een zogenoemd gematigd of gemitigeerd eindloon gehanteerd. Dan werd vanaf een bepaalde leeftijd, bijvoorbeeld 55 jaar, het reeds opgebouwde pensioen niet meer verhoogd. Of de laatste jaren vond er een middeling plaats van de salarissen. Dus was het geen echt eindloon en je pensioen niet meer een afspiegeling van het laatst verdiende salaris. Dit systeem is echter verboden in 2004 omdat het werd uitgelegd als verboden onderscheid op grond van leeftijd. Verder dient te worden gekeken naar de AOW franchise. Je bouwt pensioen op in aanvulling op de AOW. Daarom hebben we de AOW-franchise bedacht. Dat is het gedeelte van het salaris waarover je geen pensioen hoeft op te bouwen omdat je al AOW krijgt. Die AOW franchise is minimaal ongeveer € 12.500,-. Hogere franchises leiden tot minder pensioen. Dus zelfs al heb je 70%, dan is de vraag hoe hoog de franchise is. Als die immers heel hoog is, dan heb je 70% van een klein gedeelte van je salaris. Een lege dop dus. Dat kan, en dat is het derde belangrijke criterium, ook met salaris. Welke salarisbestanddelen tellen mee. Hoeveel keer je maandsalaris, vakantiegeld. Wat met variabele inkomsten? Die mogen niet meetellen. Verder geldt vanuit de wet dat voor de berekening van het pensioen aan het eind van je diensttijd (laatste 5 jaar) een salarisstijging voor pensioen maximaal 2% boven de loonindex mag liggen. Hoe minder salaris bestanddelen meetellen, hoe lager het uiteindelijke pensioen zal zijn als percentage van het laatstverdiende salaris. Misverstand 2; eindloon levert je 70% pensioen op. Meer dan 80% van de mensen haalt de 70% niet. Die 70% is ook een soort mythe geworden. Het ambitieniveau in veel pensioenregelingen was of is 70%. Toen er nog veel eindloonregeling waren vond pensioenopbouw plaats tussen 25 en 65 jaar, dat is dus gedurende 40 jaar. Daarom werd vaak een opbouw gehanteerd van 1,75% van het laatst verdiende salaris per dienstjaar. Als je echter niet alle dienstjaren hebt, dan heb je dus geen 70%. Bij eindloon heb je ook echt te maken met pensioenbreuk. Bij een wisseling van werkgever krijg je namelijk alleen maar verhoging van opgebouwde pensioen (backservice) dat is opgebouwd bij die werkgever. Pensioen bij vorige werkgevers wordt niet aangepast. Let overigens op, bij middelloon geldt dit ieder jaar. Daarom heb je daar geen pensioenbreuk zoals ik hier bedoel (of elk jaar, het is maar hoe je het uitlegt). Pensioenbreuk was te voorkomen door waardeoverdracht. Alleen daarbij kan je ook dienstjaren kwijt raken. Zie ook mijn artikel over waardeoverdracht waarin ik dit uitleg. Misverstand 3; een eindloonregeling is altijd goed. Ook een eindloonregeling kan een slechte regeling zijn. Ik noem drie elementen die van groot belang zijn in de beoordeling van de kwaliteit van een pensioentoezegging. Allereerst het jaarlijkse opbouwpercentage. Eerder noemde ik al 1,75% per dienstjaar om bij 40 jaar op 70% uit te komen. Door een laag percentage te hanteren kom je natuurlijk nooit aan 70%. Het opbouwpercentage is dus bepalend.Misverstand 4; eindloon is een dure regeling. In mijn vorige artikel over eindloon ben ik hier uitvoerig op ingegaan. De kern van het betoog was dat een goed pensioen altijd duur is, onafhankelijk van welk systeem je kiest. Eindloon hoeft dus niet duurder te zijn dan een middelloon of beschikbare premie regeling.Misverstand 5; eindloon is onbeheersbaar. In het zelfde artikel als ik heb geschreven over een dure regeling ben ik ook ingegaan op het onbeheersbaar zijn van de eindloonregeling. Ik denk dat onbeheersbaarheid te maken heeft met een gebrek aan kennis en inzicht. Alleen ben ik ook van mening dat die argumenten anno 2010 geen rol meer kunnen en mogen spelen. Met de huidige digitale techniek en kwaliteit van adviseurs en uitvoerders moet het mogelijk zijn om ook een eindloonregeling goed te beheersen. home | Zondag zag ik in Buitenhof drie heren een paar miljoen mensen bang maken met een doemscenario voor hun pensioen Het begon begin jaren tachtig toen door de economische crisis het geloof in de toekomst een flinke knauw opliep. De werkloosheid was enorm, waar vooral jongeren die net van school kwamen slachtoffer van werden. Politici haakten daarop in door de kiezer te waarschuwen dat de toekomst voor hun kinderen er somber uitzag als ze de bezuinigingen niet zouden slikken. AfschuddenVanaf die tijd is het nooit meer anders geworden. Sterker nog: door het afschudden van de ideologische veren werd de toekomst als belofte op de mestvaalt van de geschiedenis gedeponeerd en vervangen door een zwaard van Damocles. In vele toonaarden en bewoordingen wordt ons voorgehouden dat de toekomst er somber uitziet als we de verzorgingsstaat niet verder uitkleden. Niettemin is sinds 1980 de koopkracht van de meeste mensen, helaas niet van mensen die dat het hardste nodig hadden, bijna verdubbeld. Het Centraal Planbureau, dat voorop loopt de financiën van de overheid zo zwart mogelijk voor te stellen, voorspelt voor de toekomst toch een gemiddelde koopkrachtstijging van 1,7 procent per jaar. Dat zou betekenen dat over 45 jaar de koopkracht weer is verdubbeld. Maar het geloof in een donkere toekomst is er zo ingeheid dat de meeste Nederlanders denken dat hun kinderen het slechter zullen krijgen dan zijzelf. Voorstellingen over de toekomst hebben de neiging zichzelf waar te maken. Soms heel letterlijk en al op korte termijn. Het door het CPB gefabriceerde houdbaarheidstekort van 29 miljard is inclusief het financieringstekort dat is ontstaan door de kredietcrisis. Als de belastingtarieven gelijk blijven, zou ook dat tekort volgens de berekeningen van het CPB in 2040 vanzelf door economische groei zijn verdwenen. Voorschot Er is iets voor te zeggen daar alvast een voorschot op te nemen en het financieringstekort sneller te verminderen, bijvoorbeeld door in de komende kabinetsperiode gematigd te bezuinigen op uitgaven waarmee de economie zo min mogelijk wordt geschaad. Maar uit ideologische overwegingen wil het rechtse kabinet dat in de maak is de verzorgingsstaat verder afbreken en daarom wordt ons een zwarte toekomst voorspeld als we geen 18 miljard bezuinigen. Nu hebben de onderhandelaars de ‘pech’ dat de economie zich sneller herstelt dan gedacht. Het Centraal Planbureau voorspelde in de Economische Verkenning 2011-2015 bij ongewijzigd beleid, dus zonder bezuinigingen, een tekort van 2,9 procent van het bbp in 2015, wat al voldoet aan de eisen van het Europese Stabiliteitspact. In dezelfde CPB-nota wordt berekend dat als de economische groei 0,75 procent hoger uitvalt dan geraamd, en daar ziet het naar uit, het tekort 1,2 procent lager uitvalt, dus op 1,7 procent uit zou komen. Nu is de voorspelling, even dom, dat de historisch lage rente op hetzelfde niveau zal blijven Met dat tekort is heel goed te leven en het is absurd om bij dat vooruitzicht 18 miljard te bezuinigen. Want bezuinigingen van die omvang richten niet alleen enorme schade aan in de sociale infrastructuur van ons land, maar leiden er ook toe dat de groei van de economie per jaar 0,5 procent lager uitvalt en er in 2015 een tekort resteert dat niet erg veel lager is dan het zonder bezuinigingen zou zijn. Je zou ook kunnen zeggen: door 18 miljard te bezuinigen wordt de economische opleving weer goeddeels teniet gedaan. Rutte likt er zijn vingers bij af. Crisis De crisis in de pensioenen is een soortgelijk verhaal. In de jaren ’80 en ’90 heeft de overheid zich op ondoorzichtige wijze meer dan 15 miljard euro uit de kas van het ambtenarenpensioenfonds toegeëigend. In de jaren ’90 boekte dat pensioenfonds in de periode van hoogconjunctuur fraaie beleggingsresultaten. Pensioenpremies werden onder druk van de overheid laag gehouden in de domme veronderstelling dat de rendementen zo hoog zouden blijven. Nu is de voorspelling, even dom, dat de historisch lage rente op hetzelfde niveau zal blijven. Zondag zag ik in Buitenhof drie heren een paar miljoen mensen bang maken met een doemscenario voor hun pensioen. Dat alles omdat op 31 augustus de rente zo laag stond dat bijvoorbeeld voor het ABP de dekkingsgraad in de maand augustus met 10 procent was gedaald tot 88 procent. De heren vertelden er niet bij dat de rente zo laag is omdat de overheden via de centrale banken dat bewerkstelligen. Daardoor kan de Nederlandse overheid, de inflatie meegerekend, bijna gratis kort geld lenen. Zij vinden het kennelijk redelijk dat de gepensioneerden die free lunch betalen. 24-08-2010 • “In plaats van de boekhoudkundige regels die nu gebruikt worden om de reserves van pensioenfondsen te waarderen, zou overgestapt moeten worden op eerlijkere maatstaven.” Dat zegt SP-Kamerlid Paul Ulenbelt nu minister Donner dreigt met het korten op pensioenen. Ulenbelt ziet in de Donner-korting vooral een ingreep die de geesten rijp moet maken voor grote ingrepen in het pensioenstelsel: “Door te rekenen met een gemiddelde rente over de laatste 10 jaar, in plaats van met de actuele rente ontstaat een realistischer beeld van de reserves.” home Volgens Ulenbelt moeten pensioenfondsen nog tot in het jaar 2012 de tijd krijgen om hun dekkingsgraad op orde te krijgen. Door vervolgens eerlijke rekenregels los te laten op de reserves is het nu niet nodig om ouderen te korten op hun pensioen. Ulenbelt: “Donner jaagt ouderen de stuipen op het lijf terwijl er geen acuut probleem is. Het lijkt erop dat hij er vooral op uit is om onnodig paniek te zaaien.”
Volgens Ulenbelt is het niet toevallig dat juist minister Donner verschillende commissies in gang heeft gezet om het pensioenstelsel te hervormen in de richting van een Amerikaans systeem. In dat systeem ligt het risico voor de waarde van het uiteindelijke pensioen volledig bij de werknemer, met grote fluctuaties en risico’s tot gevolg. Ulenbelt: “Donner is bezig met een politiek spel. De Donner-korting lijkt vooral bedoeld om Nederland klaar te maken voor grove ingrepen in het pensioenstelsel. Dat hij dit doet over de ruggen van gepensioneerden kan echt niet door de beugel.” De SP stelt voor om voor de waardering van de reserves bij pensioenfondsen niet de actuele rente te gebruiken maar een gemiddelde rente, bijvoorbeeld over de afgelopen 10 jaar. Die voorstellen worden gesteund door deskundigen en verschillende bestuurders van pensioenfondsen. Als de pensioenfondsen vervolgens tot in 2012 de tijd krijgen om orde op zaken te stellen, zijn ingrijpende maatregelen nu overbodig. Die extra twee jaar is ook precies de termijn die Donner zelf eerder had afgesproken met de fondsen home 22 maart 2010, 10:11 | ANP HEERLEN (AFN) - Het ambtenarenpensioenfonds ABP wil voorkomen dat het bestuur van het fonds wordt samengesteld op basis van deelbelangen. Deelnemers en gepensioneerden zouden geen vertegenwoordigers moeten krijgen in het bestuur. Wel kunnen zij wat het ABP betreft op een andere manier hun stem laten horen en krijgen ze zelfs de bevoegdheid het bestuur naar huis te sturen. Dat staat in een stuk van het pensioenfonds, waarin wordt gepleit voor het behoud van het Nederlandse pensioenstelsel met verplichte deelname. Door de financiële crisis kwamen de pensioenfondsen in de problemen, waardoor zij bijvoorbeeld uitkeringen niet langer konden aanpassen aan gestegen lonen of prijzen. Volgens het ABP zijn de problemen rond de vergrijzing veel groter in landen met een ander pensioensysteem. Volgens het ABP is het niet verstandig om de ,,waan van de dag te laten regeren''. Zo is de dekkingsgraad van een fonds, die aangeeft of het vermogen groot genoeg is om op termijn aan de verplichtingen te voldoen, nogal beweeglijk. Die dekkingsgraad is wel bepalend voor de vraag of de uitkeringen aangepast worden aan gestegen lonen of prijzen. Het fonds wil de grilligheid van de dekkingsgraad dempen door minder uit te gaan van momentopnames en bij de pensioenverplichtingen meer te kijken naar gemiddelden over een langere periode. Het ABP stelt in het stuk dat de deelnemersraad van het fonds en het verantwoordingsorgaan zouden kunnen worden samengevoegd. Vergelijkbaar met een algemene vergadering van aandeelhouders zou dat orgaan de bevoegdheid kunnen krijgen bestuursleden weg te sturen. Die bevoegdheid verdient de voorkeur boven instemmingsrecht bij afzonderlijke besluiten over bijvoorbeeld het premiebeleid, het beleggingsbeleid en het indexeringsbeleid. met vriendelijke groet, Jan Eringaard, home FD Selections Van onze redacteur, Amsterdam Copyright (c) 2010 Het Financieele Dagblad De gestegen levensverwachting drukt meer pensioenfondsen in het rood. Nadat ambtenarenfonds ABP in januari hiervoor een voorziening had geboekt en zo weer onder de minimumeisen was beland, overkomt dit nu ook het pensioenfonds voor de detailhandel. De detailhandel moet van de vermeende dekkingsgraad van 108% eind december 7%-punt afboeken door hogere prognoses voor de levensverwachting, zo staat op de website. De dekkingsgraad - de verhouding tussen de beleggingen en pensioenverplichtingen - zakt hierdoor naar 101%, onder de 105% die de toezichthouder als minimum heeft. Vorig jaar heeft het Centraal Planbureau zijn prognoses voor de levensverwachting fors opgehoogd. Actuarissen verwachtten destijds dat de pensioenverplichtingen hierdoor met gemiddeld 3% zouden toenemen, wat op een totale verplichting voor alle fondsen van euro 18 mrd zou neerkomen. Nog negatiever De uitkomsten worden naar verwachting veel negatiever. Naast de 7%-punt van het fonds voor de detailhandel moet ABP, dat met euro 208 mrd een derde van het Nederlandse pensioenvermogen beheert, 5,8% of euro 11 mrd afboeken. De dekkingsgraad zakte hierdoor eind december naar 104%. Eind januari is de dekking door koersdalingen verder gezakt naar 101%. Het pensioenfonds voor de bouw, (euro 26 mrd), publiceerde maandag een correctie van de dekkingsgraad van 4,4%-punt naar 109%. Zorg en welzijn Pensioenfonds Zorg en Welzijn, met euro 86 miljard het tweede fonds in grootte na ABP, meldde recent dat de voorziening voor langer leven 2%-punt van de dekkingsgraad kost. Het merkt daarbij op dat dit een voorlopige schatting is. Datzelfde geldt voor metaalfonds PME. Dit had eind december een dekking van 101%, na een correctie van 2%-punt. Ook hier gaat het om een schatting. home
 Pijnlijke aanpassingen zijn nodig in het huidige pensioenstelsel. De pensioenpremie moet omhoog, de pensioenuitkering omlaag of de pensioenleeftijd omhoog. Werkgevers, werknemers en gepensioneerden hebben verschillende belangen in dit onderhandelingsspel. Daarom is het merkwaardig dat pensioengerechtigden niet aan tafel zitten, stelt de Amsterdamse hoogleraar Bernard van Praag. Er ligt nu een wetsvoorstel in de Kamer om dat te veranderen.
Pensioenen niet waardevast Er is veel onrust over de houdbaarheid van het pensioenstelsel. De commissie-Goudswaard stelde onlangs dat het huidige stelsel niet houdbaar is zonder majeure aanpassingen. Verwachtingen bij werknemers en gepensioneerden gaan uit van een ‘reële ambitie’. Dat houdt in dat de reële waarde van pensioenuitkeringen gedurende de jaren dat men van zijn pensioen kan genieten gelijk blijft. Er wordt dus gecompenseerd voor inflatie, die overigens de laatste jaren zeer gematigd rond 2 procent ligt. In de praktijk halen vele pensioenen die ambitie niet, en er zijn zelfs regelingen waarin een ‘nominale’ ambitie niet wordt waargemaakt.Het pensioenvat loopt leeg Als we even afzien van alle technische terminologie die voor buitenstaanders de problematiek zo ondoorzichtig maakt is het pensioensysteem vrij eenvoudig te karakteriseren volgens onderstaande tekening.
Het pensioenfonds is het vat dat gevoed wordt via twee ingangen. Door de bovenste ingang stromen de premiebijdragen binnen en door de zijpijp de rentes, dividenden en speculatiewinsten. In de zijpijp is het niet automatisch eenrichtingsverkeer, want er kunnen ook speculatieverliezen optreden. Onderin verlaten de pensioenuitkeringen het vat. Evenwicht in het vat treedt op wanneer de instroom gelijk is aan de uitstroom. In het vat is de inhoud te splitsen in reserves van actieven en gepensioneerden (en zogeheten ‘slapers’). De verhouding van eigendomsrechten is in Nederland nu ongeveer één op één, maar verschuift door de vergrijzing in de richting van gepensioneerden. De toestand van het vat is volgens de commissie-Goudswaard niet stabiel, of in huis-tuin-en keukentermen: het vat dreigt leeg te lopen, omdat er meer uitstroomt dan er instroomt. Drie factoren zijn hiervoor verantwoordelijk. De premies zijn de laatste decennia te laag gehouden. De beleggersgoeroes hadden veel te optimistische ideeën over hun beleggerstalenten waardoor de instroom via de zijpijp veel lager blijkt dan verwacht. En de uitstroom aan de onderkant wordt juist groter, omdat mensen langer leven dan waar eertijds rekening mee is gehouden. Het pensioenconflict Er moet dus iets gebeuren. Tot nu toe hebben wij ons blij gemaakt met de zijpijp, die meer en meer gevuld werd door onze beleggingstalenten. We mogen nu wel stellen dat geen enkele belegger die omgaat met grote vermogens in staat is op de lange termijn de vele concurrenten en de marktrente te verslaan. Dat betekent dat de reële (nominaal minus inflatie) marktrente op lange termijn richtsnoer moet zijn om onze rendementsvoorspellingen op te baseren. Die reële rentevoet lijkt voor de komende decennia ergens in de buurt van 0 procent uit te komen. Hier kan dus geen soelaas gevonden worden. Dan komen we bij de bovenkant en de onderkant. Er dreigt een conflict tussen actieve werknemers en gepensioneerden. Hoe voorkomen we dat het fonds leegstroomt? De premie-instroom wordt bepaald door de beslissing hoeveel van het bruto loon wordt afgezonderd als uitgesteld loon. Die premie zal fiks omhoog moeten als men in plaats van de huidige veertien jaar over enige decennia gedurende 22 jaar pensioen wil genieten. Wanneer die premie niet omhoog gaat – en werknemers en werkgevers hebben tot nu toe weinig animo – dan impliceert dat dat de gepensioneerden van nu minder moeten krijgen en/of dat de gepensioneerden van de toekomst de dupe worden. Werknemers versus gepensioneerden Besluitvorming over de premiehoogte wordt angstvallig in handen gehouden van bonden en werkgevers, de zogenoemde sociale partners. Maar zijn die wel zo ‘sociaal’? Ten minste een derde van de belanghebbenden – samen eigenaar van ongeveer de helft van de huidige fondsvermogens – worden monddood gemaakt doordat ze buiten de onderhandelingen worden gehouden. Dit zou niet zo schadelijk zijn wanneer de vakbonden de gepensioneerden zouden vertegenwoordigen – zoals ze pretenderen – maar dat doen ze niet. Elke econoom kent het begrip ‘tijdvoorkeur’, en het gewicht van het pensioen telt nu eenmaal in de besluitvorming hoeveel premie moet worden afgedragen bij werkenden met een mediane leeftijd van 40 jaar veel minder dan bij gepensioneerden met een mediane leeftijd van circa 70 jaar. Dit feit maakt dat gepensioneerden zelf moeten deelnemen aan de onderhandelingen over pensioenpremies. Dat gaat niet via deelnemersraden die alleen adviesrecht hebben, want die adviezen worden niet serieus genomen. Een eerste stap is aannemen van het wetsontwerp van de Tweede Kamerleden Koser Kaya (D’66) en Blok (VVD) inzake de medezeggenschap van pensioengerechtigden in pensioenfondsbesturen. Dit artikel is op 9 maart 2010 verschenen in Schinkels Forum, een samenwerking tussen NRC Handelsblad en Me Judice. Te citeren als: Bernard van Praag, “Laat pensioengerechtigden meebeslissen over het pensioenstelsel”, Me Judice, jaargang 3, 10 maart 2010. Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice | Zelfde premie, lager pensioen FD Selections Volgens commissie-Goudswaard moeten uitkeringen omlaag om lasten te bedwingen Ria Cats en Bendert Zevenbergen, Den Haag Het stelsel van aanvullende pensioenen wordt onbetaalbaar bij ongewijzigd beleid, zo stelt de commissie-Goudswaard. Zouden de ambities ongewijzigd blijven, dan moeten de premies in vijftien jaar met 30% omhoog. De commissie onderzocht in opdracht van minister Donner van Sociale Zaken de houdbaarheid van het stelsel van aanvullende pensioenen. Die pensioenambitie is dat een werknemer bij 35 arbeidsjaren mag rekenen op 70% van het laatstverdiende loon, inclusief AOW. Een voorwaarde is wel dat de pensioenrechten jaarlijks worden opgehoogd met de (loon-)inflatie, wat tot 2008 bijna altijd gebeurde. Die premiestijging van 30% is volgens de commissie niet op te brengen. De premies zijn de afgelopen jaren al naar een hoog niveau gegaan. Nog meer premie wordt door werkgevers en werknemers niet geaccepteerd. Minder pensioen uitbetalen bij gelijkblijvende premie is de snelste oplossing om uit de problemen te komen. De langere levensverwachting en de lagere beleggingsopbrengsten zijn de oorzaken van deze onvermijdelijke ingreep. Hiervoor doet de commissie een aantal voorstellen. Voor de hand ligt het optrekken van de pensioenleeftijd. Dit is in lijn met het plan van het kabinet om de ingangsleeftijd van de AOW van 65 naar 67 te verhogen. Het bespaart geld, omdat er langer premie wordt betaald en minder lang wordt uitgekeerd. Een tweede voorstel is verlaging van de opbouw van de rechten. Waar een werknemer nu zo'n 2% per jaar opbouwt (wat over 35 jaar 70% van het laatste salaris geeft), kan dit percentage naar een doeluitkering van, zeg, 60%. Een ander voorstel is dat er aan de extra regelingen zoals pensioen voor nabestaanden en arbeidsongeschikten wordt geschaafd. Het nabestaandenpensioen had zijn functie in een tijd dat er doorgaans maar één kostwinnaar was, tegenwoordig zijn het er vaak twee. Tot slot kan ook de methode worden veranderd om de pensioenen koopkrachtbestendig te houden. Veel bedrijfstakfondsen hogen de pensioenrechten voor werkende deelnemers nu op met de loonontwikkeling in de sector. Het is goedkoper om die verhoging gelijke tred te laten houden met de prijsinflatie, die doorgaans lager ligt dan de stijging van de lonen. 'Harde' en 'zachte' rechten bepleit home De commissie-Goudswaard geeft naast simpele voorzetten om pensioenuitkeringen te verlagen ook enkele verstrekkende ideeën om het stelsel betaalbaar te houden. De voorstellen komen erop neer dat de sparende werknemers in een pensioenfonds, zeker de jongere, minder garanties krijgen. Hun uiteindelijke uitkering zal meer afhankelijk worden van de werkelijke beleggingsresultaten. Gaat het slecht, dan krijgen ze minder pensioen dan gemiddeld verwacht had mogen worden. Gaat het goed, dan krijgen ze extra. De commissie stelt voor dat pensioenfondsen een andere verdeling maken tussen de 'harde' en 'zachte' rechten die ze hun deelnemers geven. Het harde recht is de zekerheid dat het nominale pensioen na 35 arbeidsjaren bij middelloon gelijk is aan 51% van het laatstverdiende loon. Deze rechten gelden voor de toezichthouder als criterium: dalen de beleggingen onder wat er aan harde rechten is opgebouwd, dan moeten de pensioenfondsen direct ingrijpen. Een zacht recht is dat de nominale pensioenaanspraken gedurende de opbouw jaarlijks worden opgehoogd met de (loon-)inflatie. Zo wordt bij middelloon bereikt dat de uitkering op pensioendatum 70% van het laatste loon is. Een ander zacht recht is dat de uitkering ook na pensionering jaarlijks met de inflatie wordt opgehoogd en zo haar koopkracht behoudt. De toezichthouder stelt geen zware eisen aan zachte verplichtingen. Deze hoeven immers niet te worden nagekomen in slechte tijden. Niet toevallig hebben de fondsen de afgelopen twee jaar nauwelijks geïndexeerd. Volgens de commissieleden is het huidige onderscheid een illusie, omdat alle pensioenen nu al boterzacht zijn. Het niet indexeren van een pensioen geeft namelijk een eindresultaat dat 35% lager is dan het fonds heeft beloofd. Bovendien moet er ook op de harde rechten worden gekort in een serieuze situatie van onderdekking. De commissie ziet graag dat jongere werknemers vooral eerst relatief veel zachte rechten opbouwen. Jongeren hebben immers nog veel tijd om eventuele gaten in te lopen in betere tijden. Naarmate de leeftijd vordert en het pensioenfonds over grotere buffers beschikt, worden zachte rechten geleidelijk omgezet in harde. Een dergelijk beleid geeft pensioenfondsen meer vrijheid om in risicovolle en volatiele aandelen te beleggen. Een negatieve schok kan dan eenvoudig worden beantwoord door de zachte rechten nog niet te verzilveren. Algemeen wordt aangenomen dat aandelen op termijn meer opbrengen dan obligaties, waardoor dit systeem goedkoper is. Een voorwaarde is wel dat alle deelnemers veel beter dan nu wordt uitgelegd welke risico's ze lopen. En dat de jongere werknemer, in ruil voor de gevaren die hij loopt, ook extra wordt beloond als de beleggingen positief uitvallen. De Pensioenwet moet er bovendien voor worden aangepast. home
Beste senioren,Hierbij een (deel) interview met Aneglein Kemna, die namens de ABP, bij APG verantwoordelijk is voor een goede belgging van onze pensioengelden. 'We moeten beheerst versimpelen' APG's beleggingsdirecteur blijft 'gepassioneerd' over het Nederlandse pensioenstelsel
Na twee jaar pendelen tussen de Verenigde Staten en Nederland is Angelien Kemna (52) sinds november vorig jaar weer helemaal terug in het grote geld in Nederland. Vlak voor de kredietcrisis in de VS losbarstte, verliet ze ING Investment Management, waar ze 150 miljard onder beheer had. Nu waakt ze als directeur vermogensbeheer bij APG over ruim 200 miljard euro: de pensioenen van miljoenen ambtenaren, onderwijzers en bouwvakkers. Ze treedt aan op een moment dat het vertrouwen in pensioenfondsen en in beleggen flink is gedaald. 'In zekere zin heb ik de kredietcrisis van de zijlijn meegemaakt', zegt Kemna. Ze wilde toen ze ING in 2007 verliet een betere balans tussen werk en privé. Haar man, Aart van Beuzekom, kon zich hierdoor helemaal richten op zijn internationale adviesbureau. Kemna was verder deeltijdhoogleraar corporate governance aan de Erasmus Universiteit Rotterdam 'Ik schrok van de enorme gevolgen van de crisis op het pensioen van Amerikanen', vertelt Kemna in haar werkkamer in het Symphony-gebouw aan de Zuidas. 'Dat was van de ene op de andere dag de helft minder waard. Sommige zestigers hadden hun hele individuele pensioen in aandelen zitten. Die dachten dat ze nog een paar jaar moesten doorwerken. Velen moeten intrekken bij hun kinderen. Je ziet veel stille armoede.' In de zomer van 2009 belde APG. 'Of ik Roderick Munsters, die was overgestapt naar Robeco, wilde opvolgen. Ik hoefde niet lang na te denken. Ik vind mezelf nog jong en ik voel me energiek. Ik was ook toe aan iets nieuws na twee jaar reizen. En - dat klinkt misschien eigenaardig - ik ben gepassioneerd over pensioenen. Het Nederlandse collectieve stelsel is geweldig, vergeleken met het Amerikaanse.' 'In Nederland verdelen we de risico's tussen de generaties. Het is niet zo dat een bepaalde groep de klappen moet opvangen, zoals in de VS. Wat ik daar heb gezien, plaatst de Nederlandse problemen in een andere context. Ik snap best dat mensen geschrokken zijn, maar de pensioenen worden gewoon uitbetaald. Ik wil mezelf inzetten voor het Nederlandse stelsel. Ik wil laten zien dat we netjes op de centen letten. Zo kunnen we vertrouwen terugwinnen.' Het vertrouwen in de pensioensector is het afgelopen jaar scherp gedaald, nadat de dekkingsgraad van pensioenfondsen ongekend snel was gekelderd. Uit onderzoek blijkt dat deelnemers nog wel meer vertrouwen hebben in pensioenfondsen dan in banken, maar dat het vertrouwen een stuk lager is dan vóór de crisis. Ook vinden veel deelnemers het maar eng dat hun geld in aandelen wordt gestoken. 'We moeten nog beter uitleggen waarom we risico's moeten nemen. En dat we op een verantwoorde manier omgaan met die risico's', zegt de topbelegger. met vriendelijke groet, Jan Eringaard home Levensloop of op z’n beloop laten.. Slechts 13 procent van de politieambtenaren neemt deel aan de levensloopregeling. Dus…en dat is een eenvoudig rekensommetje.. 87 procent niet. Hoe dat verder verdeeld is over executief en administratief-technisch is niet zo belangrijk. Belangrijker is dat dus een groot gedeelte van de politieambtenaren aan het eind van hun loopbaan niet de reserves hebben om vervroegd uit te treden en dus verplicht zijn om tot 65 of 67 jaar door te werken. Keuze.. Velen maken op dit moment – en niet helemaal onbegrijpelijk- de keuze om hun levenslooptoelage nu te besteden en niet in te leggen in een levensloopregeling. Het resultaat daarvan is echter wel dat zij in de toekomst geen voorziening hebben opgebouwd om eerder te stoppen met werken. Want nu niet meedoen aan levensloop houdt in dat later slechts de keuze blijft om tot 65 of 67 jaar door te werken of op latere leeftijd te gaan sparen om toch nog tot een redelijke opbouw te komen voor het vervroegd uittreden. Voor dat laatste dient echter wel dermate veel gespaard te worden, dat het de vraag is of dat nog wel is op te brengen. Nog afgezien van de vraag of in de toekomst daarvoor nog wel het gunstige belastingregime bestaat zoals nu het geval is. Verder blijft het de vraag, dat als je geen voorziening treft, je in staat bent qua gezondheid tot de pensioengerechtigde leeftijd in het politievak werkzaam te blijven. Niet voor niets is ooit het functioneel leeftijdsontslag ingevoerd en het politievak is er de laatste jaren niet minder zwaar op geworden. Robuust pensioen ? En daarbij te bedenken, dat het toekomstige pensioen weleens niet die waarde zou kunnen hebben als we in de afgelopen jaren gewend waren. Doordat we met z’n allen steeds ouder worden (ook de jongeren van nu !) zal er door pensioenfondsen steeds meer gereserveerd moeten om op de lange termijn aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Enerzijds moet in deze extra verplichtingen voorzien worden door goede beleggingen en investeringen en anderzijds door het betalen van premie door de pensioengerechtigden. Premie, die door afslanking van het overheidsapparaat en door de hogere levensverwachting, door minder (actieve) deelnemers dan voorheen moet worden opgebracht. Wellicht ook iets om over na te denken en om te bezien of daar je daarvoor nog een extra voorziening moet inbouwen. Je wilt tenslotte later ook van dat “Zwitserlevengevoel” genieten. Bezorgdheid seniorenraad: De leden van de adviesraad Senioren van de N.P.B. willen zich dan nu heel nadrukkelijk tot jong en oud richten met het advies om hierover - nu het nog kan - na te denken. Voor velen lijkt het wellicht een “ver van mijn bed” verhaal, doch wat je nu nalaat is later niet meer of slechts met veel financiële moeite te herstellen. Belangrijk daarbij is dat je hierover goed advies inwint over wat je in de toekomst kan verwachten en hoe je, indien de uitkomst niet aan je verwachtingen beantwoord, kunt zorg dragen dat je op tijd hierop in kunt springen. Advies: Er zijn een aantal instanties waar je advies hierover kunt krijgen. Uiteraard bij bijna alle grote verzekeringsmaatschappijen, maar ook bij het ABP. Waarom het ABP… omdat deze een advies kunnen geven, dat “optimaal” aansluit bij de 1e en 2e pijler (AOW en ABP- ouderdomspensioen) van de pensioenvoorzieningen. Ook kunnen zij aangeven, als AOW en ouderdomspensioen niet aan de verwachting voldoen, hoe er met de 3e pijler (vrijwillige opbouw (pre)pensioenvoorziening) bijgespaard kan worden om toch tot het gewenste resultaat te komen. Eveneens kunnen ze informatie verschaffen over de verschillende wijzen van vervroegd uittreden ( b.v. keuzepensioen) en hoe je daarmee om kan gaan. Kijk ook eens even op de website van het ABP (www.abp.nl), waar je o.a kunt vinden hoe je een afspraak maakt met ABP-medewerkers om hierover te praten. Doen ! Dus nadenken en advies vragen. Een zeker energiebedrijf napratend zeggen wij, DOEN !!! met vriendelijke groet, Jan Eringaard, home |